het nederlandse pensioenstelsel

Het Nederlandse pensioenstelsel verandert. Vaste toezeggingen maken plaats voor een persoonlijke pot. Daardoor krijg je zelf meer invloed, en ook meer risico.

Het loont dus om te snappen hoe je pensioen groeit. Dat begint bij de regeling van je werkgever.

van middelloon naar premieregeling

Lange tijd was de middelloonregeling de standaard. Je bouwde pensioen op over het gemiddelde salaris van je hele loopbaan. Aan het eind wist je ongeveer welk bedrag je zou krijgen.

Door de Wet toekomst pensioenen stappen werkgevers over naar een premieregeling. In dat systeem staat niet vast wat je krijgt, maar wat er wordt ingelegd.

Je werkgever stort elke maand een vast percentage van je salaris in jouw eigen pensioenpot. Wissel je van baan? Dan neem je die pot mee.

Je pensioenuitvoerder belegt dat geld. Gaat het goed op de beurs, dan groeit je pot. Gaat het slechter, dan merk je dat later in je uitkering.

verschil middelloon en premieregeling

De twee regelingen verschillen vooral in wie het risico draagt. Bij een middelloonregeling ligt dat bij het pensioenfonds. Bij een premieregeling ligt dat bij jou.

kenmerk

middelloonregeling

premieregeling

zekerheid de uitkering staat vast de inleg staat vast
beheer collectief potje je eigen pot
risico bij het fonds bij jou

eigen bijdrage pensioen

De eigen bijdrage is het deel van de premie dat jij zelf betaalt. Je werkgever houdt dat bedrag maandelijks in op je brutosalaris. Meestal betalen jij en je werkgever de premie samen. Je werkgever legt daarbij het grootste deel in.

De eigen bijdrage gaat van je brutoloon af. Daardoor betaal je er geen belasting over. Dat scheelt in je netto maandlasten. Je vindt het bedrag terug op je loonstrook, bij de inhoudingen.

risico's van een premieregeling

In een premieregeling draag je zelf meer verantwoordelijkheid. Je pensioenuitvoerder belegt je premie, bijvoorbeeld in aandelen en obligaties. Pakt dat goed uit, dan valt je pensioen hoger uit.

Er zitten ook risico's aan:

  • een slecht beursjaar vlak voor je pensioen laat je pot slinken

  • bij een lage rente koop je met dezelfde pot een lagere maanduitkering

  • de hoogte van je pensioen blijft een inschatting, geen garantie

Daarom zie je op je overzicht vaak drie bedragen. Eén bij tegenvallende resultaten, één bij verwachte resultaten en één bij meevallers.

Stel dat je overzicht dit laat zien:

  • tegenvallende resultaten: € 1.050 per maand

  • verwachte resultaten: € 1.400 per maand

  • meevallende resultaten: € 1.800 per maand

Het middelste bedrag is de meest waarschijnlijke uitkomst. Het laagste bedrag krijg je als de beurs jarenlang tegenzit of de rente laag staat op je pensioendatum. Het hoogste bedrag krijg je als beleggingen en rente juist meezitten.

Het verschil tussen die bedragen, hier € 750 per maand, laat zien hoeveel je pensioen nog beweegt. Ligt je pensioen nog ver weg? Dan is dat verschil meestal groter. De beurs heeft dan simpelweg meer tijd om te stijgen of te dalen. Komt je pensioen dichterbij, dan groeien de drie bedragen naar elkaar toe.

Wat doe je met die drie bedragen? Check vooral of je met het laagste bedrag goed uitkomt. Past dat bij de kosten die je straks verwacht? Dan zit je goed. Zo niet, dan weet je nu al waar je aan toe bent. Je kiest dan zelf of je extra spaart, langer doorwerkt of allebei een beetje doet. Alles boven het laagste bedrag is straks een mooie meevaller.

wanneer kun je met pensioen?

Je AOW-leeftijd stijgt mee met de gemiddelde levensverwachting. Dat is de datum waarop de overheid begint met uitbetalen. Je actuele AOW-datum vind je bij de Sociale Verzekeringsbank.

Daarnaast is er de pensioenrichtleeftijd. Dat is de leeftijd waarop je pensioenuitvoerder rekent. Die twee data verschillen vaak van elkaar.

De regeling van je werkgever biedt meestal een flexibele startdatum. Je stopt dus niet automatisch op je AOW-datum.

eerder stoppen met werken

Veel mensen willen eerder stoppen. Dat lukt als je genoeg kapitaal hebt opgebouwd. Daarmee overbrug je de jaren tot je AOW ingaat.

Eerder stoppen werkt wel twee kanten op. Je bouwt korter op, en je spreidt datzelfde bedrag over meer jaren. Je maanduitkering valt dus dubbel lager uit.

Check daarom regelmatig je stand van zaken. Dat doe je op mijnpensioenoverzicht.nl of via je Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

veelgestelde vragen over pensioen

  • hoeveel pensioen heb ik opgebouwd?

    Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je wat je bij al je werkgevers hebt opgebouwd. Je verwachte AOW staat er ook in. En je ziet wat je nabestaanden krijgen als je overlijdt.

  • mag ik zelf mijn beleggingen kiezen?

    In de meeste premieregelingen kies je een beleggingsprofiel. Kies je defensief, dan belegt je uitvoerder voorzichtig. Kies je offensief, dan neemt die meer risico, met kans op meer rendement. Dichter bij je pensioendatum bouwt je uitvoerder het risico meestal automatisch af.

  • wat is nabestaandenpensioen?

    Bijna elke collectieve regeling bevat een nabestaandenpensioen. Dat is een uitkering voor je partner of je kinderen. Zij krijgen die als jij overlijdt voor je pensioendatum. De hoogte staat in je pensioenreglement.

  • wat betekent pensioenrichtleeftijd?

    Dat is de leeftijd waarop je pensioenuitvoerder standaard rekent. Die is niet hetzelfde als je AOW-leeftijd. Vaak vervroeg je die datum in overleg met je pensioenfonds. Doorwerken na je AOW kan natuurlijk ook. 

  • wat gebeurt er met mijn pensioen als ik van baan wissel?

    Je kiest dan vaak voor waardeoverdracht. Daarmee voeg je je oude pensioen samen met je nieuwe regeling. Dat voorkomt versnippering en houdt je overzicht compleet.