De Wet kinderopvang regelt dat ouders, werkgevers en de overheid de kosten van kinderopvang samen dragen. Door de Wet kinderopvang is het niet meer nodig financiële afspraken over kinderopvang vast te leggen in de arbeidsvoorwaarden. Ouders kunnen een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang krijgen: de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst Toeslagen verzorgt de uitvoering van de kinderopvangtoeslag.

Op deze pagina

recht op kinderopvangtoeslag

Ouders die aanspraak willen maken op de kinderopvangtoeslag, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • beiden werken, studeren, volgen een traject naar werk of een inburgeringscursus bij een gecertificeerde instelling

  • ze krijgen kinderbijslag of een pleegouderbijdrage voor het kind. Of ze onderhouden het kind in belangrijke mate

  • het kind staat op het woonadres ingeschreven

  • het kindercentrum of gastouderbureau is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP)

  • ze hebben met het kindercentrum of gastouderbureau een schriftelijke overeenkomst afgesloten

  • het kind volgt nog geen voortgezet onderwijs

  • ze betalen de kosten voor kinderopvang

  • ze hebben de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning

Ouders krijgen geen kinderopvangtoeslag als hun kind wordt opgevangen door vrienden en familie of de tussenschoolse opvang gaat. De aanvraag voor de toeslag moet binnen drie maanden na de maand waarin het kind voor het eerst naar de opvang gaat via Toeslagen.nl ingediend worden.

Het recht op kinderopvangtoeslag wordt uitgebreid voor huishoudens waarin de ene partner werkt en de andere partner een permanente zorgindicatie heeft in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Ouders komen tot nu toe alleen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag als beide partners werken of als een van hen of beiden een opleiding volgen of een traject naar werk. 

Daarnaast kan het recht op kinderopvangtoeslag verlengd worden voor zwangere vrouwen die kort voor of na de bevalling werkloos raken. Zij kunnen dan beter gebruik maken van de doorlooptermijn van drie maanden van het recht op kinderopvangtoeslag, waarin zij nieuw werk kunnen vinden. 

Een derde aanpassing betreft het recht op kinderopvangtoeslag voor partners en ouders die arbeid verrichten volgens de voorwaarden van de Wet Inkomstenbelasting 2001. Dit verbetert onder meer de begrijpelijkheid voor ouders en de uitvoerbaarheid. Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2021.

hoogte van de kinderopvangtoeslag

De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt af van het inkomen van de ouders en het aantal uren dat zij werken. De hoogte hangt ook af van het aantal kinderen dat naar de opvang gaat, het aantal uren opvang en de uurprijs.

Kinderopvangcentra mogen zelf hun uurprijs bepalen. De overheid vergoedt echter slechts tot een bepaald maximum. Is de kinderopvang duurder, dan krijgen ouders over het deel boven de maximum-uurprijs geen kinderopvangtoeslag. De maximum-uurtarieven per opvangsoort zijn in 2020 als volgt:

  • voor een kinderdagverblijf: € 8,17

  • voor buitenschoolse opvang: € 7,02

  • voor gastouderopvang: € 6,27

Ouders kunnen een toeslag krijgen over maximaal 230 uur per maand (voor alle opvangsoorten samen). Op Toeslagen.nl kunnen ouders berekenen hoeveel kinderopvangtoeslag zij in 2019 kunnen krijgen.

werkgeversbijdrage kinderopvang

Werkgevers betalen voor hun bijdrage aan de kinderopvang een opslag op de premie sectorfonds over het totale loon van alle werknemers. Het maakt hierbij niet uit of werknemers kinderen hebben of niet. In 2020 gaat het om een opslag van 0,50% van het premieloon. De overheid verstrekt de werkgeversbijdrage vervolgens via de Belastingdienst aan ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag.