Arbobeleid is beleid dat erop is gericht om iedereen binnen het bedrijf de best mogelijke arbeidsomstandigheden te bieden. Een goed arbobeleid beperkt de gezondheidsrisico’s in het bedrijf, voorkomt ziekteverzuim en bevordert de re-integratie na ziekte. Het maken en uitvoeren van arbobeleid is een wettelijke verplichting van de werkgever in het kader van de Arbowet.

Op deze pagina

arbobeleid

Arbobeleid bestaat uit de volgende onderdelen:

Het uitvoeren van arbobeleid is de verantwoordelijkheid van de werkgever, maar werknemers spelen hierbij een belangrijke rol. Op basis van de arbocatalogus vullen werkgevers samen met medezeggenschapsorganen (zoals de ondernemingsraad) het arbobeleid op maat van de eigen organisatie verder in. Als er geen medezeggenschapsorgaan is, betrekt de werkgever de (belanghebbende) werknemers bij het opstellen en invullen van het arbobeleid.

De Europese Commissie heeft een praktische gids voor werkgevers gemaakt voor een geslaagde aanpak van veiligheid en gezondheid op het werk volgens de EU-wetgeving. De gids bevat informatie over preventieve en beschermende maatregelen, opleiding, praktijkvoorbeelden, tips en nuttige links. 

specifieke verplichtingen

In het Arbobesluit en de Arboregeling staan verplichtingen die gelden voor specifieke sectoren en categorieën werknemers, specifieke thema’s, arbeidsplaatsen, gevaarlijke stoffen en biologische agentia, fysieke en fysische belasting, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering.

het opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie (ri&e)

De spil van het arbeidsomstandighedenbeleid is de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Een RI&E moet bestaan uit:

  • een inventarisatie van de gevaren en risico’s op de werkplek op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn
  • een inventarisatie van de risicobeperkende maatregelen die al zijn genomen, met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen werknemers
  • een evaluatie van de risico’s die aan de gevaren zijn verbonden
  • een prioriteitenstelling van de risico’s
  • de vaststelling welke maatregelen binnen welke termijn zullen worden genomen: het plan van aanpak

Werkgevers stellen de RI&E zelf op. De grootte van het bedrijf bepaalt hoe dat gebeurt. De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht ten aanzien van de RI&E.

Met de Arbo-op-orde check toets je eenvoudig of je de arbeidsrisico’s in jouw bedrijf kent en de juiste maatregelen neemt. De SZW-adviestool ‘De andere kijk op jouw zaak‘ helpt je inventariseren hoe gezond en veilig er binnen jouw bedrijf wordt gewerkt. En meer informatie en een handleiding voor het opstellen van een RI&E is te vinden op RIE.nl

het geven van voorlichting en instructies

De werkgever is verplicht werknemers voor te lichten en te onderrichten over hun taken, en de risico’s die daaraan verbonden zijn. Ook heeft de werkgever de plicht erop toe te zien dat werknemers de instructies daadwerkelijk naleven. Dit betekent onder andere dat de werkgever erop toe moet zien dat werknemers de vereiste persoonlijke hulpmiddelen (zoals veiligheidskleding) gebruiken.

Waarover de werkgever voorlichting moet geven, verschilt per branche en per functie. Speciale aandacht moet worden besteed aan kwetsbare groepen werknemers.

De werkgever moet kunnen aantonen dat voorlichting en instructie hebben plaatsgevonden. Dat kan met een registratiesysteem waarin staat wie welke voorlichting of instructie heeft ontvangen.

het aanstellen van een preventiemedewerker

Een preventiemedewerker is belast met het bevorderen van de veiligheid en de gezondheid op de werkvloer. Elk bedrijf moet ten minste één preventiemedewerker in dienst hebben. Bij organisaties met 25 of minder werknemers mag de werkgever deze taken zelf op zich nemen.

In de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) moet de organisatie aangeven hoeveel preventiemedewerkers er nodig zijn en wat ze precies moeten (gaan) doen. Dat hangt af van het aantal en de soorten risico’s in de organisatie.

De preventiemedewerker heeft drie wettelijke taken:

  • het (mede) opstellen en uitvoeren van de RI&E
  • het adviseren van en nauw samenwerken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over te nemen maatregelen voor een goed arbobeleid
  • het (mede) uitvoeren van de maatregelen

Taken van een preventiemedewerker zijn bijvoorbeeld het voorlichten over het onderhoud van apparaten, het bewaken van het juiste gebruik van beschermingsmiddelen of het geven van instructie over het werken met gevaarlijke stoffen. Een preventiemedewerker hoeft geen opleiding of cursus te volgen, maar hij moet wel kennis hebben van de risico’s binnen de organisatie.

wijziging benoeming preventiemedewerker

Sinds 1 juli 2017 moet de benoeming van de preventiemedewerker met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging plaatsvinden.

het aanstellen van een bedrijfshulpverlener (bhv’er)

Een bedrijfshulpverlener (bhv’er) is een werknemer die is opgeleid om bij gevaarlijke situaties medewerkers en gasten hulp te verlenen en in veiligheid te brengen. Iedere werkgever moet een bedrijfshulpverlener aanstellen of deze functie zelf vervullen.

De taken van een bedrijfshulpverlener zijn:

  • het verlenen van eerste hulp bij ongevallen en het beperken van (de gevolgen van) ongevallen
  • het beperken en bestrijden van brand
  • in noodsituaties werknemers en andere personen in het gebouw alarmeren en evacueren.

De bedrijfshulpverleners moeten beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting (en daarnaast zo georganiseerd zijn) dat ze deze taken naar behoren kunnen vervullen. De werkgever bepaalt het aantal benodigde bedrijfshulpverleners aan de hand van de informatie in de RI&E. Belangrijke factoren zijn de grootte van de organisatie en de bedrijfsprocessen.

het inschakelen van een gecertificeerde arbodeskundige

Werkgevers moeten zich bij het uitvoeren van hun arbobeleid laten ondersteunen door een arbodienst of arbodeskundige, die adviezen geeft over het verbeteren van arbeidsomstandigheden en een zorgvuldige begeleiding van zieke werknemers.

Voor ondersteuning bij het arbobeleid hebben werkgevers de vrijheid om te kiezen uit een arbodienst of een arbodeskundige (bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige of arbeids- en organisatiedeskundige). Ze kunnen kiezen voor een contract met een arbodienst (de zogenaamde vangnetregeling) of voor het inzetten van een arbodeskundige (maatwerkregeling).

wijziging contract

Sinds 1 juli 2017 moet het contract tussen de werkgever en de arbodienstverlener (arbodienst of bedrijfsarts) aan bepaalde minimumeisen voldoen. In het basiscontract moet staan hoe de arbodienstverleners de verplichte taken van de werkgever uitvoeren.

periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (pago) en preventief medisch onderzoek (pmo)

Het Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek (PAGO) is een beperkt gezondheidskundig onderzoek. Werkgevers zijn verplicht om dit onderzoek aan hun werknemers aan te bieden om hen in de gelegenheid te stellen bepaalde gezondheidsrisico’s die verband houden met hun werkzaamheden te voorkomen en/of te beperken. Deze gezondheidsrisico’s komen meestal naar voren bij de RI&E. De werknemer mag zelf bepalen of hij hiervan gebruikmaakt.

Het PAGO kan eventueel worden uitgebreid met een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Een PMO brengt ook de leefstijl en conditie van de medewerker in kaart. Zowel PAGO als PMO moet door een bedrijfsarts worden gedaan.

het toegang bieden tot een bedrijfsarts

Iedere werknemer heeft het recht om de bedrijfsarts te spreken, ook als hij nog geen klachten heeft of ziek is. Verzuim kan zo beter worden voorkomen. De werkgever moet dit mogelijk maken. Bijvoorbeeld door een inloopspreekuur in te stellen op een locatie waar werknemers de bedrijfsarts gemakkelijk kunnen opzoeken.

In het basiscontract moeten de afspraken staan die de werkgever en de arbodienstverlener hebben gemaakt over de rol van de bedrijfsarts in het bedrijf.

overleg over arbobeleid

Werkgevers moeten hun arbobeleid in samenspraak met (een vertegenwoordiging van) hun werknemers opstellen. Een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging zijn hiervan een goed voorbeeld. Als er geen medezeggenschapsorgaan is (omdat het om een kleine organisatie gaat), overlegt de werkgever met de (belanghebbende) werknemers. Bij voorkeur zijn dat dan alle werknemers.

De werknemers moeten instemmen met de keuze van de arbodienst en het contract met de arbodienst of gecertificeerde arbodeskundige en voor besluiten over arbeidsomstandigheden, zoals het opstellen en uitvoeren van de RI&E, het plan van aanpak en de inhoud van het verzuimbeleid, waaronder het takenpakket van de preventiemedewerker.

melding ongevallen

Werkgevers zijn verplicht ernstige ongevallen die hun werknemers tijdens het werk overkomen direct te melden bij de Inspectie SZW. Arbeidsongevallen moeten gemeld worden als zij overlijden, ziekenhuisopname of blijvend letsel tot gevolg hebben. De Inspectie SZW onderzoekt de gemelde ongevallen. Als een werkgever een meldingsplichtig ongeval niet direct meldt, kan hij een boete krijgen van maximaal € 50.000.

Het ministerie van SZW heeft een brochure (pdf) uitgebracht met daarin informatie voor werkgevers over arbeidsongevallen. Hoe, wanneer en waar moet je een arbeidsongeval melden? En wat doet de Inspectie SZW met de melding?

verplichtingen werknemer bij arbobeleid

Ook werknemers moeten bijdragen aan het tot stand komen van een gezonde werkplek, bijvoorbeeld door zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen.

Volgens de Arbowet is de werknemer verplicht:

  • de arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op een juiste wijze te gebruiken
  • de beveiligingen op arbeidsmiddelen niet te veranderen en/of weg te halen
  • de door de werkgever beschikbaar gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen en hulpmiddelen op een juiste manier te gebruiken en op de daarvoor bestemde plaats op te bergen
  • mee te werken aan de voor hem georganiseerde voorlichting en instructie
  • de werkgever in te lichten over opgemerkte gevaren voor de veiligheid en gezondheid in het bedrijf

de werkgever en andere deskundige personen (preventiemedewerker, bhv’er, arbodeskundige) indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen.