werken aan een nieuw banengebouw

‘wij zijn echt niet alleen geïnteresseerd wat voor opleiding iemand heeft afgerond; een mens kan veel meer dan op een diploma staat.

Marjolein ten Hoonte - Werken aan een nieuw banengebouw

23 september 2016 - Marjolein ten Hoonte, directeur arbeidsmarkt en mvo Randstad Groep, Annemarie Muntz, director group Public Affairs Randstad Holding en Henny Morshuis, directeur CINOP, zijn ervan overtuigd dat er grote veranderingen moeten plaatsvinden willen studenten na 2020 perspectief houden op werk. “We zijn als individuen wat gemakzuchtig geworden.”

 

Uit onderzoek blijkt dat het banengebouw in ons land een fikse verbouwing ondergaat. En dat heeft grote implicaties voor het onderwijs. Randstad heeft dit jaar in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Utrecht onderzoek gedaan naar hoe werk er in de toekomst uit zal zien. Dat onderzoek leverde twee belangrijke conclusies op Annemarie Muntz: “We zien dat de meer traditionele administratieve functies in het middensegment gaan verdwijnen. Tegelijkertijd zien we de groei aan de bovenkant van het banengebouw toenemen, vooral in wat wij de STEM-functions (Science, Technology, Engineering & Mathematics, red.) noemen. Er is zo’n enorme vraag naar dit soort functies dat er tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan. Daar moet absoluut in geïnvesteerd worden. Verder zien we dat er een minder duidelijke focus is op functies die aan de basis staan van het banengebouw. Dat zijn dienstverlenende functies met maatschappelijke relevantie.

Zo leert ons onderzoek dat op elke nieuw gecreëerde functie aan de bovenkant van het banengebouw er tweeënhalf tot vier nieuwe functies aan de basis van het gebouw ontstaan. Noch het onderwijs, noch de arbeidsmarktpolitiek speelt daar op in. Want de premisse is dat iedereen denkt in een onder- en bovenkant en vindt dat we allemaal naar boven moeten. Maar dat kan niet altijd en het hoeft ook niet altijd! Als we de arbeidsmarkt zouden laten kantelen is het ook minder erg. Er zijn grote kansen in het dienstverlenende segment. Die correlatie is totaal nieuw. Ik zou dan ook veel meer aandacht willen hebben voor de wetenschap dat aan de basis tal van nieuwe functies aan het ontstaan zijn.

De tweede conclusie is dat wij sinds de tweede industriële revolutie gewend zijn te denken in afgebakende sectoren met hun eigen cao en hun eigen opleidingsfonds (O&O fondsen). Maar met de vierde industriële revolutie vervagen de scheidslijnen tussen de sectoren in rap tempo. Dat blijkt als je gaat praten over hoe we mensen kunnen opleiden die hun plaats elders op de arbeidsmarkt moeten zoeken. Met een ouderwets verkokerd systeem is dat erg lastig.”

Dit vraaggesprek is onlangs gepubliceerd in het tijdschrift OnderwijsInnovatie. Benieuwd naar het complete interview van drie experts op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt? Lees dan nu het volledige interview