Prinsjesdag 2019 - de dag waarop het kabinet Rutte III de plannen voor het komende jaar presenteert - is voorbij en de plannen voor 2020 zijn bekend. Uiteraard was eerder al het een en ander besloten en afgesproken, zoals de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020 en de vertraagde stijging van de AOW-leeftijd. Hieronder geven we je een overzicht van de maatregelen die werkgevers en werknemers voor 2020 kunnen verwachten.

de nederlandse economie staat er nog steeds goed voor

Onze buurlanden worstelen met lage groeicijfers of krimp, internationale handelsinspanningen zorgen voor onzekerheid en de Brexit lijkt nu toch echt voor de deur te staan. Na jaren van hoogtij vlakt de economische groei bij ons weliswaar af, maar met verwachte groeipercentages van 1,8% dit jaar en 1,5% in 2020 houdt de Nederlandse economie zich goed staande. De werkgelegenheid is ongeëvenaard hoog: in 2020 verwacht het kabinet een werkloosheid van 3,5%. En de koopkracht van huishoudens stijgt naar verwachting met 2,1%. Om toekomstige knelpunten aan te pakken of te voorkomen, investeert het kabinet in 2020 extra in publieke voorzieningen en beperkt het de lasten. De uitwerking van het in 2019 gesloten Pensioenakkoord en Klimaatakkoord staat voor 2020 hoog op de agenda.

de belangrijkste maatregelen voor jou op een rij

  • premiepercentages sociale verzekeringen

    De premiepercentages volks- en werknemersverzekeringen die werkgevers in 2020 moeten betalen, dalen komend jaar bijna allemaal. Alleen de rekenpremie voor de Werkhervattingskas (Whk) en de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) stijgen. 

    Met ingang van 2020 kent het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) twee tarieven: een hoog en een laag premiepercentage. De sectorindeling van bedrijven voor de Werkloosheidswet (WW) vervalt. Dit is een van de maatregelen uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)
    Werkgevers betalen in 2020 minder WW-premie voor mensen in vaste dienst en meer voor flexwerkers. Hebben ze veel mensen in vaste dienst, dan ligt de gemiddelde premie die ze betalen dichter bij de lage premie. Hebben ze veel flexwerkers, dan betalen ze een gemiddeld hogere premie. 

    Dit is tot nu toe bekendgemaakt:

    • de AOW- en de Anw-premie blijven met 17,9% respectievelijk 0,1% in 2019 op hetzelfde niveau
    • de Awf-werkgeverspremie wordt een gedifferentieerde premie. Het lage tarief (voor werknemers in vaste dienst) wordt naar verwachting 2,94% en het hoge tarief (voor flexwerkers) 7,94%. De definitieve vaststelling is in oktober
    • de Ufo-premie daalt van 0,78% naar 0,68%
    • de Aof-premie stijgt naar verwachting van 6,46% naar 6,79%  
    • de Whk-rekenpremie stijgt licht van 1,24% naar 1,25%
    • de premieopslag kinderopvang blijft gelijk met 0,50%
    • de werkgeversheffing ZVW daalt van 6,95% naar 6,7%. Het maximumbijdrageloon voor de ZVW wordt € 57.214 (in 2019 is dit € 55.923)
    • de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW daalt van 5,7% naar 5,45%
    • de gemiddelde gedifferentieerde WGA-premie stijgt van 0,75% naar 0,76% 
    • de gemiddelde gedifferentieerde ZW-premie stijgt van 0,43% naar 0,52%.

    tip

    UWV heeft een Premiewijzer ontwikkeld, waarmee werkgevers eenvoudig een schatting van de hoogte van hun gedifferentieerde premie Whk in 2020 kunnen maken.

  • pensioen

    Het komende jaar zullen de afspraken die in het in juni 2019 gesloten pensioenakkoord zijn gemaakt, verder worden uitgewerkt. In de begroting van het ministerie van SZW wordt al rekening gehouden met de invoering van enkele maatregelen. Zo wordt de vertraagde stijging van de AOW-leeftijd gefinancierd met de versobering van de LIV en jeugd-LIV.

    aow-leeftijd stijgt minder snel

    Als gevolg van het pensioenakkoord zal de AOW-leeftijd minder snel stijgen dan voorheen was afgesproken. De komende twee jaar wordt de AOW-leeftijd vastgezet op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar in 2024. In de oude situatie zou de AOW-leeftijd al in 2021 naar 67 jaar gaan.

    De AOW-leeftijd komt er nu zo uit te zien:

    • 2020: 66 jaar + 4 maanden (na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954)
    • 2021: 66 jaar + 4 maanden (na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955)
    • 2022: 66 jaar + 7 maanden (na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956)
    • 2023: 66 jaar + 10 maanden (na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957)
    • 2024: 67 jaar (na 28 februari 1957)
  • belastingen

    In het Belastingplan 2020 staan alle plannen van het kabinet met betrekking tot de belastingen in Nederland. Bij het Belastingplan biedt het kabinet ook een aantal wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer aan. Deze vormen samen het pakket Belastingplan 2020. Deze voorstellen zijn: 

    hogere onbelaste vergoedingen in de wkr

    De werkkostenregeling (WKR) wordt verruimd. Op dit moment mag je tot 1,2% van het totale fiscale loon (de loonsom van alle medewerkers samen) onbelast vergoeden of verstrekken. Dit is de vrije ruimte. 
    Vanaf 2020 wordt deze vrije ruimte verhoogd naar 1,7% voor de eerste € 400.000 van de totale loonsom (totaal maximaal € 6.800). Voor het bedrag boven € 400.000 blijft het percentage van 1,2% gelden. Ook komen er vergoedingen voor verklaringen omtrent gedrag (VOG) niet meer ten laste van de vrije ruimte en vallen deze onder de gerichte vrijstellingen in de WKR. 

    box 1

    De belastingheffing over het inkomen uit werk en woning (box 1) kent in 2019 nog een tariefstructuur met drie schijven.

    • In 2020 zijn er nog twee schijven. Het tarief tot een inkomen van € 68.507 is 37,35%. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%.
    • In 2021 wordt het tarief 37,10% voor een inkomen tot € 68.507. Voor het deel van het inkomen boven de € 68.507 is het tarief 49,50%. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere tarieven.

    De arbeidskorting gaat extra omhoog, en hierdoor gaan werknemers en zelfstandigen met een inkomen tussen de € 10.000 en € 98.000 per jaar erop vooruit. De verhoging zorgt er ook voor dat de keuze om meer te gaan werken nog aantrekkelijker wordt voor inkomens tussen de € 20.000 en 35.000. Daarnaast neemt door een verhoging van de algemene heffingskorting het besteedbaar inkomen toe. Dit geldt voor mensen met een inkomen tot € 68.507 per jaar.

    box 2

    In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. Iemand heeft een aanmerkelijk belang als hij minimaal 5% van de aandelen van een vennootschap bezit. Het tarief gaat in 2020 van 25% naar 26,25%, en in 2021 naar 26,90%.

    box 3

    Het kabinet heeft aangekondigd de heffing in box 3 (de zogeheten vermogensbelasting) ingrijpend aan te gaan passen. Vanaf 2022 wordt rekening gehouden met de werkelijke verdeling tussen spaartegoeden en beleggingen. Over de spaartegoeden wordt vervolgens een rendement gerekend dat zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke rente. De wijziging betekent dat over spaartegoeden tot ongeveer € 440.000 geen belasting meer verschuldigd is. Het wetsvoorstel is overigens nog niet klaar. De verwachting is dat dit voor de zomer van 2020 bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

    fiets van de zaak

    Er komen nieuwe fiscale regels voor het privégebruik van de fiets van de zaak. Nu is een kilometerregistratie nog verplicht als een werknemer zijn bedrijfsfiets privé gebruikt. Vanaf 2020 komt hier een forfaitaire bijtelling voor in de plaats, namelijk van 7% van de consumentenadviesprijs. Deze regels sluiten aan op die van de auto van de zaak. Kilometers bijhouden is dan niet meer nodig.
    Het maakt niet uit wat voor soort fiets de werkgever ter beschikking stelt aan de werknemer. Voor alle soorten fietsen gaat hetzelfde bijtellingstarief van 7% van de aanschafprijs gelden. Deze nieuwe regels staan overigens niet in het Belastingplan 2020, maar zijn al eerder bekendgemaakt.

    auto van de zaak

    Vanaf 2020 stijgt de bijtelling voor elektrische auto's van de zaak, al blijft deze lager dan de 22% voor benzine- of dieselauto's. De bijtelling voor een elektrische auto van de zaak gaat tot en met 2026 stapsgewijs omhoog tot 22% over de catalogusprijs. In 2020 wordt de bijtelling 8% tot een catalogusprijs van € 45.000 en 22% daarboven. 

    Er geldt geen motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto’s tot 2025. Tot en met 2024 is de korting 100%, in 2025 is de korting 75% en vanaf 2026 is de korting 0%. Ook hoeft men tot 2025 geen aanschafbelasting (bpm) voor elektrische auto’s te betalen. Tot en met 2024 is de bpm voor elektrische auto's € 0, vanaf 2025 wordt dat € 360.

    Eigenaren van plug-in hybrides krijgen tot 2026 korting op de motorrijtuigenbelasting. Tot en met 2024 is de korting 50%, in 2025 is de korting 25% korting en vanaf 2026 is de korting 0%.

    afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven

    De fiscale aftrek voor scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting wordt in de toekomst afgeschaft en vervangen door het zogeheten STAP-budget (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Met dit budget kunnen mensen per jaar aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van € 1.000 tot € 2.000. De inwerkingtredingsdatum van de subsidieregeling is niet bekend. 

    versobering lage-inkomensvoordelen

    Vanaf 2020 worden het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV versoberd. Het minimumjeugdloonvoordeel (jeugd-LIV) wordt met ingang van 2020 gehalveerd en met ingang van 2024 afgeschaft. Het hoge tarief van het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt met ingang van 2020 gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar (€ 0,51 per uur).

  • wet arbeidsmarkt in balans (wab)

    Per 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) een feit. De bedoeling van deze wet is dat het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om mensen in vaste dienst te nemen. De ketenregeling wordt verruimd,  werknemers hebben voortaan recht op een transitievergoeding vanaf de eerste werkdag en oproepkrachten krijgen meer zekerheid ten aanzien van de te werken dagen en uren. Tot slot wordt ontslag ook mogelijk als sprake is van een optelsom van omstandigheden: de cumulatiegrond

    Wil je meer weten over de Wet arbeidsmarkt in balans? Lees dan hier alles wat je moet weten over de WAB of download onze whitepaper

  • compensatie transitievergoeding

    Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 bij het UWV een aanvraag indienen voor de compensatie bij ontslag wegens langdurige ziekte. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald. 

    In 2021 wordt de de compensatieregeling Transitievergoeding MKB ingevoerd. Deze regeling gaat kleine werkgevers compenseren als zij (of hun erfgenamen) hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering, ziekte of overlijden.

  • aanvullend partnerverlof per 1 juli 2020

    Vanaf 1 juli 2020 kunnen partners in het eerste half jaar na de geboorte van de baby vijf weken aanvullend geboorteverlof krijgen, van twee dagen tot maximaal vijf weken. In die periode hebben partners recht op een uitkering van UWV ter hoogte van 70% van het (maximum)dagloon.

  • tegemoetkoming loondoorbetaling

    Werkgevers krijgen een tegemoetkoming van € 1.100 voor de kosten van loondoorbetaling voor zieke werknemers, waar vooral kleine werkgevers van profiteren. De tegemoetkoming kunnen zij gebruiken voor een nieuwe ‘MKB-verzuim-ontzorg-verzekering’, die vanaf 1 januari 2020 beschikbaar komt. Deze verzekering vangt het financiële risico op van de loondoorbetaling bij ziekte en helpt bij de verplichtingen en taken.

  • zorgverzekering

    Het verplicht eigen risico (de eigen bijdrage die iedere verzekerde vanaf 18 jaar elk kalenderjaar zelf moet betalen) blijft in 2020 gelijk met € 385. De zorgpremie (de premie voor de basisverzekering) zal volgens een schatting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2020 met ongeveer € 3 per maand stijgen naar ongeveer € 118 per maand (€ 1.421 per jaar). In het najaar, uiterlijk op 12 november maken de zorgverzekeraars de daadwerkelijke hoogte van de premie bekend.

    De zorgtoeslag, de tegemoetkoming van de overheid in de zorgkosten, zal in 2020 ook iets stijgen. De maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt daardoor met € 67 naar € 1.256 per jaar. Voor meerpersoonshuishoudens stijgt de maximale zorgtoeslag met € 95 naar € 2.409 per jaar. 

    De collectieve zorgverzekering wordt in 2020 aan banden gelegd. Zorgverzekeraars mogen nog maximaal 5% korting op de basisverzekering geven. De maximale korting is op dit moment nog 10%.

    Per 1 januari 2020 wordt het basispakket van de zorgverzekering uitgebreid met een vergoeding: 

    • voor nieuwe medicatie tegen kanker en tegen MS
    • van € 75 per nacht bij minimaal drie aaneengesloten dagen behandeling
    • voor de eerstelijnszorg door specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten
    • voor ziekenvervoer ten behoeve van geriatrische revalidatiezorg 
    • apotheekbereidingen van geneesmiddelen die niet zijn toegelaten tot het pakket (door te hoge kosten), mits de prijs van de bereiding acceptabel is.

    Daarnaast is er geen eigen risico meer voor stoppen-met-roken programma’s. De vergoeding komt direct vanuit de basisverzekering.

  • kinderen

    Het kindgebonden budget, een bijdrage van de Belastingdienst die gezinnen met een inkomen onder een bepaalde grens ontvangen, stijgt in 2020. De inkomensgrens waar de afbouw van het kindgebonden budget begint voor paren wordt verhoogd tot € 37.750. Hierdoor krijgen meer ouders recht op een (hoger) kindgebonden budget. 

  • vrijwilligersvergoeding

    De maximale belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers stijgt vanaf 2020 mee met de inflatie. Het maximumbedrag per jaar wordt per € 100 afgerond. Daardoor stijgt het niet elk jaar. Pas als het bedrag na aanpassing aan de inflatie op € 1.750 of meer uitkomt, wordt de belastingvrije vergoeding € 1.800. Het maximumbedrag per maand is het afgeronde bedrag per jaar gedeeld door 10.
    Per 1 januari 2019 waren de belastingvrije bedragen € 170 per maand en maximaal € 1.700 per kalenderjaar. Het is nog niet bekend of de belastingvrije vergoeding in 2020 omhoog gaat. Dit is afhankelijk van de inflatiecijfers.

  • maatregelen voor zelfstandigen

    Het kabinet werkt aan de opvolger van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), die opdrachtgevers van ‘echte’ zelfstandigen de zekerheid moet bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. In hoofdlijnen betekent dat meer bescherming voor zzp’ers met een tarief onder de € 16 per uur, en meer ruimte voor zelfstandigen met uurtarief boven de € 75. Voor de uurtarieven daartussen wordt aan een webmodule gewerkt. Dit was al eerder bekend.

    Wat wel nieuw is, is dat de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 in stappen van € 250 naar beneden gaat, tot uiteindelijk € 5.000 in 2028. In 2019 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog € 7.280. In 2020, 2021 en 2022 worden zelfstandigen volledig gecompenseerd door een verhoging van de arbeidskorting. 

    In het pensioenakkoord is verder afgesproken een verplichte verzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen in te voeren. Het kabinet heeft sociale partners gevraagd om in overleg met zelfstandigenorganisaties voor de zomer van 2020 met een concreet voorstel te komen voor deze verzekering. Ook moet het voor zelfstandigen eenvoudiger worden om zich vrijwillig bij een pensioenfonds in hun sector aan te sluiten. 

  • leven lang ontwikkelen

    Het kabinet vindt dat werkgevers en werknemers moeten blijven investeren in hun ontwikkeling. Er komt daarom een zogeheten STAP-budget (STimulans ArbeidsmarktPositie) voor iedereen tot de AOW-gerechtigde leeftijd, zowel voor werkenden als werkzoekenden zonder baan.

    Verder werkt het kabinet aan een subsidieregeling om Leven Lang Ontwikkelen (LLO) te stimuleren in het midden- en kleinbedrijf, in de landbouw-, horeca- en recreatiesector.