Vanaf 30 december 2019 krijgen alle uitzendkrachten dezelfde arbeidsvoorwaarden, een betere rechtspositie, meer werkzekerheid en begeleiding om duurzaam inzetbaar te blijven. Dat hebben de vakbonden (FNV, CNV Vakmensen, De Unie en LBV) afgesproken met de ABU en NBBU (de twee grote brancheorganisaties voor uitzendwerk). Nu hebben de NBBU en ABU nog twee verschillende cao’s. 

op deze pagina

dit is in september 2019 al veranderd

In september 2019 is, vooruitlopend op de harmonisering van de cao’s, al een aantal aanpassingen doorgevoerd.

betere beloning

De inlenersbeloning is uitgebreid. Zo zijn de toeslagen voor fysiek belastende omstandigheden zoals koudetoeslag en toeslag voor het werken met gevaarlijke stoffen aan de bestaande toeslagen toegevoegd.

arbeidsverleden telt mee

Daarnaast telt het volledige arbeidsverleden van uitzendkrachten voortaan mee als zij op verzoek van het uitzendbureau naar een ander uitzendbureau binnen hetzelfde concern worden overgeplaatst. Ook blijft bij die overstap het loon en het uitzicht op een periodieke verhoging gelijk. Dit geldt ook als uitzendkrachten overgaan naar een andere uitzendonderneming (binnen of buiten zelfde concern) om hun werk bij dezelfde opdrachtgever te behouden.

Bekijk hier de overige aanpassingen in september 2019 >

dit verandert er per 30 december 2019

Per 30 december 2019 worden de twee cao’s van de ABU en de NBBU helemaal geharmoniseerd. De cao’s hebben dan nagenoeg dezelfde inhoud, en voor alle uitzendkrachten gelden dan dezelfde arbeidsvoorwaarden.

Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste afspraken, die volgen uit het onderhandelingsresultaat van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Hierbij gaat het om:

fasesystematiek

De fasesystematiek kent drie verschillende fases. Deze fasen worden aangeduid als fase A/1-2, fase B/3 en fase C/4. Uitzendbureaus kunnen zelf kiezen welke aanduiding ze gebruiken.

werkingssfeer

Met de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 wordt payrolling wettelijk geregeld. Daarmee vallen de payrollovereenkomsten vallen buiten de werkingssfeer van de CAO voor Uitzendkrachten. 

rechtspositie

  • er komt een minimale contractduur van 4 weken in fase A/1-2 voor elkaar opvolgende uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding voor bepaalde tijd bij dezelfde uitzendonderneming en voor dezelfde opdrachtgever. Hiermee worden repeterende dag- en weekcontracten tegengegaan
  • de kennisgevingstermijn voor beëindiging van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding gaat gelden na 26 gewerkte weken en wordt 10 dagen
  • voor uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding voor bepaalde en onbepaalde tijd gelden bij - tussentijdse - beëindiging de wettelijke opzegtermijnen. Tussentijds opzeggen is niet mogelijk als de overeenkomst korter is dan de opzegtermijn.

beloning

  • de inlenersbeloning gaat gelden voor alle uitzendkrachten, ook bij doorlening van de ene opdrachtgever aan de volgende geldt de inlenersbeloning van de opdrachtgever waar de uitzendkracht werkzaam is
  • alleen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en schoolverlaters zonder startkwalificatie kunnen tot de allocatiegroep behoren. Voor hen geldt de inlenersbeloning niet maar een afwijkend loongebouw met periodieke verhogingen
  • de uitzendkrachten in fase C die tot 30 december 2019 volgens de ABU-cao de ABU-beloning zijn toegekend, gaan per die datum over op inlenersbeloning waarbij het feitelijk loon minimaal gelijk blijft
  • voor alle vakantiewerkers gaat de inlenersbeloning gelden
  • uitzendkrachten krijgen op verzoek meer uitleg over de beloning waar zij recht op hebben.
  • sommige loonbegrippen zijn duidelijker omschreven.
  • uitzendkrachten krijgen voortaan ook een vergoeding voor aan het werk verbonden reisuren als de opdrachtgever een regeling voor vergoeding van reisuren kent
  • uitzendkrachten krijgen sneller een periodieke verhoging toegekend als zij langer in (nagenoeg) dezelfde functie bij verschillende opdrachtgevers maar via dezelfde uitzendonderneming hebben gewerkt. De werkervaring wordt dan over de opdrachtgevers heen doorgeteld.
  • bij het wegvallen van werk krijgen uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een loondoorbetalingsverplichting, in principe alle uitzendkrachten in fase B/3 en C/4, 100% van hun uurloon in hun laatste terbeschikkingstelling betaald. Als ze vervolgens bij een andere opdrachtgever gaan werken, ontvangen ze de daar geldende inlenersbeloning. Voor uitzendkrachten in fase C/4 met een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd gaat een nieuwe sterk vereenvoudigde inkomensbescherming gelden. Het loon in een nieuwe opdracht is de daar geldende inlenersbeloning maar bedraagt altijd ten minste 90% van het laatst verdiende loon en nooit minder dan 85% van het hoogst genoten loon in fase C/4.
  • voor de hele uitzendsector gaat één regeling voor loondoorbetaling bij ziekte gelden. In het eerste jaar wordt het loon tot 90% en in het tweede jaar tot 80% aangevuld
  • de vakantiebijslag wordt verhoogd naar 8,33%.
  • de pensioenopbouw voor arbeidsmigranten, waarbij sprake is van uitruil van arbeidsvoorwaarden, wordt verbeterd. Ook over het uitgeruilde loon wordt pensioen opgebouwd
  • toeslagen voor werken in onregelmatigheid of voor overwerk worden direct uitbetaald of in overleg in tijd gereserveerd voor compensatie-uren.

verlofregelingen

  • alle uitzendkrachten krijgen voortaan recht op 25 vakantiedagen. Voor vakantiewerkers blijft een afwijkende regeling gelden, zij hebben slechts recht op het wettelijk aantal vakantiedagen.
  • bij de toekenning van feestdagen wordt verduidelijkt wanneer er recht bestaat op doorbetaling van de feestdag 
  • de bijzonder verlof regeling wordt door de harmonisatie gewijzigd. Het geboorteverlof en verlof voor het afleggen van het vakexamen zijn toegevoegd en de verhuisdag is daarmee komen te vervallen.

duurzame inzetbaarheid

  • de bestaande regeling voor scholing en ontwikkeling wordt verbreed naar een regeling voor duurzame inzetbaarheid. Er geldt een ongewijzigde bestedingsverplichting voor duurzame inzetbaarheid van 1,02%.

De nieuwe CAO voor Uitzendkrachten geldt van 30 december 2019 t/m 31 mei 2021. In de lopende CAO voor Uitzendkrachten 2017 – 2019 zijn de tussentijdse wijzigingen per 1 september 2019 ingevoerd.